|
CD Rhede - Improvisaties, Reger en Bach (2005) |
|
woensdag 06 oktober 2004 |
|
JLCD37 - Rhede - Improvisaties, Reger en Bach Genre:
Orgel
Datum opname:
30 juni 2004
Locatie:
St. Gudulakirche te Rhede (BRD)
M.m.v.:
Gerben Mourik, orgel
Repertoire:
Improvisatie en literatuur
Distributie:
Inlay en aanvullende informatie

In deze kerk staat een prachtig nieuw Seifert-orgel met 3 klavieren en 2 zwelkasten.
Improviseren als noeste arbeid
Mourik gaat voor een duidelijke vorm en een bewust gekozen stijl
Gerben Mourik
Improvisaties, Bach, Reger
Fantasia
über den Choral ‘Halleluja Gott zu loben bleibe meine Seelenfreud’ opus
52/3 (Max Reger), Choralvorspiel ’Ach bleib mit Deiner Gnade’
(improvisatie), Passacaglia op een thema van Arie J. Keijzer
(improvisatie), Scherzo Symfonique ‘Wie schön leuchtet der Morgenstern’
(improvisatie), Choralvorspiel ‘Wohl mir dass ich Jesum habe’. (Johann
Sebastian Bach / Maurice Duruflé), Cing versets sur ‘Veni Creator
Spiritus’ (improvisatie), Allegretto op een thema van César Frank
(improvisatie), Etude de Concert (improvisatie), Sonate für Orgel über
den Choral ‘Morgenglanz der Ewigkeit’ (improvisatie).
Label: Inside Audio - JLCD37
Tijdsduur: 66:16
Booklet: 12 pagina’s, Nederlands
Gerben
Mourik toog voor de opname van een tweetal cd’s richting het Duitse
Rhede. Dit niet zonder motivatie. Ons land kent weliswaar een
wonderschoon orgelpatrimonium, maar als improvisator had Mourik een
wens: een cd opnemen op een fors modern orgel waarop hijzelf door
middel van een setzersysteem zou kunnen registreren. Daarnaast moest
het instrument voldoende inspireren om überhaupt tot een geslaagde
improvisatiesessie te kunnen komen. In het in 1997-1998 door de firma
Seifert uit Kevelaer gebouwde orgel voor de parochiekerk van St. Gudula
heeft Mourik zijn zo gewenste partner gevonden. Van een pure
improvisatie-schijf is trouwens geen sprake, er werden namelijk als
‘bonus’ twee werken uit de orgelliteratuur opgenomen.
Mourik kan
improviseren, dat staat buiten kijf! Diverse cd’s met opnamen van zijn
kunnen zijn hiervan het bewijs. Buiten dat behaalde hij een eervolle
vermelding op het B.A.C.H-improvisatieconcours in Amersfoort (2000), de
eerste prijs op het Nationale Orgelimprovisatieconcours in Zwolle
(2003) en was hij finalist op het Internationale Improvisatieconcours
te Haarlem (2004). Zijn jongste wapenfeit is het behalen van de eerste
prijs op het International Organ Festival te St. Albans (GB). Wanneer
een organist dit alles al op jonge leeftijd weet te bereiken, schept
dat verwachtingen voor de toekomst. Toch ziet Mourik deze successen
niet als reden om op zijn lauweren te rusten: hij volgt op dit moment
de opleiding orgel 2e fase Uitvoerend Musicus aan het Brabants
Conservatorium waar hij bij Bram Beekman (orgel) en Henco de Berg
(improvisatie) verder studeert; bij Ansgar Wallenhorst volgt hij
privé-improvisatielessen.
Mourik schrijft in het begeleidende
cd-boekje openhartig over de kunst van het improviseren. Alle
improvisaties die zijn vastgelegd werden in één keer èn zonder
voorbereiding opgenomen. Enkel de registraties stonden grotendeels van
tevoren in de setzer geprogrammeerd. De koraalthema’s volgens de
notatie van het Liedboek voor de Kerken diende als het basismateriaal.
De niet koraalgebonden thema’s werden ontleend aan de
improvisatiemethodes van Arie J. Keijzer en Naji Hakim. Mourik oefende
en bestudeerde de gehanteerde vormen en stijlen in de afgelopen periode
bij diens docent Henco de Berg**) .
Een openhartiger kijkje in de improvisatiekeuken kan men zich toch nauwelijks wensen?
Met
zijn nuchtere kijk doet de Mourik niet mee aan mystificatie van deze
vaardigheid. Niemand zal ontkennen dat voor een geslaagde improvisatie
de nodige inspiratie onmisbaar is, maar daarnaast is het natuurlijk
vooral hard werken. Kennis van vormen, het beheersen van het
contrapunt, inzicht in muzikale lijnen en dergelijke, daar is weinig
magisch aan. Dan kun je nog zoveel inspiratie hebben, zonder dat alles
ontspoort de trein van muzikale invallen. Het is een ambacht, een
handwerk met een lange voorgeschiedenis. Een ultieme vorm van musiceren
die juist zo kenmerkend is voor het orgel èn natuurlijk voor de wereld
van de jazz.
Wat betreft de stijlen: de titels van de
improvisaties zijn op zich natuurlijk al ‘telling names’. Het
orgelkoraal beweegt zich in het idioom van Max Reger, terwijl in het
Scherzo de invloed van Cochereau en Dupré onmiskenbaar waarneembaar is.
De Passacaglia kent een klassieke en knappe opbouw en het Allegretto is
fris speels. De Etude doet wat een etude moet doen: uitdagen tot het
oefenen en etaleren van virtuositeit in technisch opzicht. De versetten
zijn vroeg-modern getint; de sonate over het gezang ‘Morgenglanz der
Ewigkeit’ kreeg een vleugje Duitse romantiek naar Reger en Karg-Elert
mee.
Mourik slaagt erin zijn credo waar te maken: een duidelijke
vorm, een bewust gekozen stijl en dat alles zonder een componist of
improvisator klakkeloos na te doen. Dat Mourik plezier heeft in het
improviseren is duidelijk te horen. Het is goed om te zien dat de jonge
generatie – hierbij denk ik ook aan Sietze de Vries - het
improvisatie-vak een warm hart toedraagt en op een hoog niveau
beheerst. Dat geeft hoop voor de toekomst!
[ANDRÉ KRUIJF]
|