JLCD38 - Van advent tot wederkomst
Genre:
Orgel & declamatie (gedichten omlijst met improvisaties)
Datum opname:
29 juni 2004
Locatie:
St. Gudulakirche te Rhede (BRD)
M.m.v.:
Gerben Mourik, orgel en Cor Bregman, declamatie
Repertoire:
Gedichten en Improvisatie
Distributie:
Degenen die de CD aanschaften kunnen
hier de gedichten
downloaden om te bewaren of af te drukken.
Inlay en aanvullende informatie

In deze kerk staat een prachtig nieuw
Seifert-orgel met 3 klavieren en 2 zwelkasten.
Een CD die voortborduurt op de prachtige avonden waarin
Gerben Mourik de door Cor Bregman
gedeclameerde gedichten met orgelimprovisaties omlijstte. De CD bevat ook enige zelfstandige improvisaties.
Poëzie en muziek in samenspraak
Een uniek project verdient een zorgvuldigere uitwerking
Van Advent tot Wederkomst
Cor Bregman – declamatie
Gerben Mourik – orgelimprovisatie
St. Gudula, Rhede (Duitsland)
Tijdsduur: 1:18.57
Label: Inside Audio – JLCD38
Inlegvel: 4 pagina’s, Nederlands
O
Kom, o kom, Immanuël (improvisatie, Grand Plein Jeu) – Tussen
voleinding en advent (Jan Groenleer)* - De hemel breekt open (Theo
Coenraads)* - Zo gaan de wijzen zoekend voort (D. van der Stoep)* -
Kerstliedje (Willem de Mérode) – ‘Wie schön leucht’ uns der Morgenstern
(improvisatie, Concertino) – Ach kind, acht dagen oud (Jan Groenleer) –
Jezus om uw lijden groot (improvisatie, Fugato) – Gethsemané (L.
Strengholt)* - Stille zaterdag (E. Ijskes-Kooger)* – Paasmorgen (Willem
de Mérode) – Vrolijke verrijzenis (Willem Sluiter)* - Tweespraak
(Martinus Nijhoff)* - Erstanden ist der heilig Christ (improvisatie,
Fantaisie Canonique) – Pasen was 40 dagen her (Ria Borkent) – O Gij
vreugde uit de hoge (Paul Gerhardt)* - Midden in de dood (Muus
Jacobse)* - Mijn hart is zwart (Hendrik Marsman) – Bekering (Gerrit
Achterberg) – Vitellus (Willem de Mérode)* - De moerbeitoppen ruischten
(Nicolaas Beets)* - Dies Irae (Jacqueline E. van der Waals) – Dies
Irae, dies illa (improvisatie, Symfonisch Gedicht) – Heb je gehoord
(Inge Lievaart) – Ik ben de kleine dochter (Ed. Hoornik)* - Blummhardt
(J.W. Schulte Nordholt)* - The greatest show you ever saw (Michel van
der Plas) – Het gericht (Muus Jacobse)* - Recreatie (Anton B. Lam)* -
Een nieuwe psalm (Klaas van Alsäcker)* – Tussen voleinding en advent
(Jan Groenleer)*
De met een * gemarkeerde gedichten worden door Gerben Mourik omspeeld.
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
Een
gevleugelde uitdrukking leert ons dat waar woorden eindigen, de muziek
begint. Een zienswijze die recht doet aan de nauwe relatie die al
eeuwen tussen letter en klank bestaat. Uitbundige opera’s, stemmige
cantates, stoere gemeentezang, de verbinding is evident. Een combinatie
van orgelmuziek en gesproken woord komt minder vaak voor. Vanaf het
voorjaar van 2003 traden Cor Bregman en Gerben Mourik meermaals
gezamenlijk op, waarbij eerstgenoemde gedichten voordroeg en Mourik
deze muzikaal omlijstte. Thematisch bewogen deze optredens zich rondom
christelijke kernbegrippen als ‘Geloof en Vertrouwen’, ‘Tussen
Pinksteren en Wederkomst’ en ‘Passie en Pasen’. Gaandeweg ontstond bij
beide uitvoerenden de wens om een cd op de markt te brengen. Met de
persing van deze schijf is dat verlangen vervuld geworden. Het is
verhelderend het orgel eens in een andere dan de vaak gebruikelijke
context te horen. Dit soort projecten verdient aandacht omdat zij voor
muziek- en poëzieliefhebbers die niet direct voor het orgel warm lopen
wellicht als eye-opener kunnen fungeren.
Mourik kan
improviseren alsof het gedrukt staat: een stoer Grand Plein Jeu, een
speels Concertino of een sfeervol Symfonisch Gedicht, hij lijkt er zijn
hand niet voor om te draaien. Als luisteraar zou je wensen dat de
declamatie vaker door dit soort delen onderbroken werd. Dat had best
iets meer gemogen. Dit betreft dan nog maar een greep uit de
solistische orgelmomenten van deze opname. Daarnaast voorziet hij veel
gedichten van een muzikale interpretatie tijdens de voordracht. Een
werkwijze die veel inventiviteit en alertheid vereist. Bij het
improviseren op een muzikaal thema heb je te maken met een duidelijke
objectieve basis, een goed en stevig houvast. En hoewel dit geen
garantie biedt voor het uitblijven van ontsporingen, ligt de zaak bij
het improviseren op beelden, of dit nu beelden in woord of bijvoorbeeld
op doek (schilderijen) betreft, ietwat gecompliceerder. Je moet je op
andere, meer subjectieve zaken richten. Hierbij ligt het gevaar van
effectbejag en een te gedetailleerd schilderende aanpak op de loer. De
improvisator houdt de grote lijnen echter goed in het oog en weet op
uitstekende wijze de vertaalslag van tekstbeelden naar muziek te maken.
Anders gezegd, nergens trapt hij in de val. Het blijft boeiend tot de
laatste minuut.
Omdat de teksten een christelijk karakter
dragen, kun je als organist natuurlijk wel leentjebuur spelen bij
koraalmelodieën van liederen die nauw aansluiten op de sfeer van het
voorgedragen gedicht. Mourik citeert bij de tekst van Theo Coenraads
‘De hemel breekt open’ dan ook heel toepasselijk uit het ‘Vom Himmel
hoch’. De verklanking van ‘Ik ben de kleine dochter’ van Ed. Hoornik
doet aan een mystiek-oosterse dodendans denken. Het ‘Dies irae, dies
illa’ is in de loop van de kunstgeschiedenis een dankbare
inspiratiebron gebleken. Het heeft kunstenaars geïnspireerd tot de
productie van de meest indrukwekkende en veelal weinig aan de
verbeelding overlatende schilderijen, beeldengroepen en composities.
Het geïmproviseerde symfonische gedicht geeft, zonder dat we overigens
in het spookhuis belanden, heel goed de dreigende sfeer van de Dag des
Oordeels weer.
De creativiteit en expressiviteit van Mourik
staan helaas in contrast met de voordracht door Bregman die qua
stemgebruik bijna elke tekst hetzelfde lijkt te behandelen. Er wordt
naar mijn smaak te weinig recht gedaan aan de verschillende
tekstkarakters. Declameren is geen natuurlijke manier van spreken, dat
mag duidelijk zijn. Maar wanneer de voordrachtstoon er al te dik
bovenop ligt, is het uitermate moeilijk om je als luisteraar op de
tekst en de muziek te blijven concentreren. Helaas treedt meerdere
malen een verschijnsel op dat in de logopedie het nachtkaarseffect
wordt genoemd: het einde van de zin sterft weg. Op andere momenten
worden er juist te nadrukkelijk onnatuurlijke accenten gelegd en treden
er op onlogische plaatsen pauzes op.
Het valt te betreuren dat
men er niet voor gekozen heeft deze cd samen met een uitgebreid
tekstboekje uit te geven. Juist bij een project als dit zouden de
gedichtteksten samen met de biografische gegevens van de poëten en
eventuele toelichtingen op de voorgedragen teksten niet moeten
ontbreken. Zij vormen immers het fundament van het artistieke proces,
de wisselwerking tussen woord en muziek, tussen voordracht en
improvisatie. Bregman zal als oud-docent Nederlands en literair
publicist zeker over de nodige kennis en ervaring beschikken om zo een
waardevol document samen te kunnen stellen. Uitgebreide begeleidende
teksten hadden de documentaire waarde van het geheel aanzienlijk
vergroot. In het inlegvel wordt als argument aangedragen dat het in de
eerste plaats op luisteren aan komt. Dit standpunt deel ik niet
helemaal, kopers van de cd zullen deze schijf vaker en intensiever
beluisteren. De tijd dat de lyriek enkel in mondelinge overlevering tot
ons kwam ligt alweer ver achter ons. De meeste poëtische teksten worden
tegenwoordig van papier geconsumeerd. Moderne dichters zijn zich hier
van bewust en besteden niet voor niets veel aandacht aan de verhouding
tussen tekst en bladspiegel. In de meest ver doorgevoerde vorm leidt
dit tot zogenaamde visuele of concrete poëzie, zoals we deze
bijvoorbeeld van Paul van Ostaijen kennen, maar ook Ernst Jandl hield
bij zijn klankgedichten terdege rekening met de weergave op papier. In
dat licht bezien kunnen teksten op papier wel degelijk meerwaarde
hebben. Het meelezen tijdens het beluisteren van de voordracht kan de
luisteraar niet alleen inzicht geven in de keuzes die de declamator
maakt bij het vertolken van het gedicht, maar zal tevens bijdragen tot
een beter tekstbegrip waardoor een andere kijk op de muzikale
interpretatie van Mourik kan ontstaan.
Het inlegvel (te kort
gesneden en wat betreft drukkwaliteit een goede kleurenprint nauwelijks
overstijgend) verwijst naar een internetpagina vanwaar men de teksten
kan downloaden. Ik ervaar dit als een noodgreep. De kwaliteit van de
download is jammer genoeg niet van het hoogste niveau: typefouten, het
structureel ontbreken van de titels boven de gedichten, inconsequenties
in de weergave van de auteursnamen (soms met voorletter, soms met
voornaam, zonder duidelijke reden), het ontbreken van bronvermeldingen,
het niet voorhanden zijn van een aan de audiotracks gerelateerde
nummering en het opduiken van een tekst die niet op de cd wordt
voorgedragen. Het is omslachtig om met een berg zelf geprinte vellen
naast je stereo te moeten gaan zitten, een soort actief luisteren waar
niet iedereen van gecharmeerd zal zijn. Mensen die geen beschikking
hebben over een internetaansluiting zullen de teksten zelf moeten
transcriberen, zo lijkt het. Op dit soort zelfwerkzaamheid zit je als
cd-koper natuurlijk niet te wachten.
Informatie over het orgel staat niet op het inlegvel vermeld; de tijdsduur van de tracks staat niet weergegeven.
Dit in essentie betekenisvolle concept had een zorgvuldiger uitwerking verdiend.
[ANDRÉ KRUIJF]